Je weet dat ze weleens zeggen: berouw komt na de zonde… Nu weet ik niet of ik het zo groots en melodramatisch moet betitelen als berouw, want daarbij hoort een besef van fundamentele overtreding… laat ik het bezinning noemen of nog beter: inzicht.
Nu, vele jaren na mijn eerste sigaret en een week na mijn laatste sigaret komt het moment van reflectie. En dan ga je terugkijken en evalueren.
Wat ik toen, die heerlijke dag in het zonnige zuiden, zocht of waar ik naar hunkerde is mij tot op de dag van vandaag een raadsel. Ik denk dat het te maken heeft met het najagen van een gevoel erbij te horen of een manier om afleiding te vinden. En wat ik nog frappanter vind is dat een experiment of een infantiele hunkering kan uitgroeien tot een gedachteloze routine.
Die eerste tijd, die zich niet alleen beperkte tot dat heerlijke voorjaar, maar uiteindelijk ook tot een koud en nat en grijs najaar, was een tijd van “iets nieuws”. Je hebt een nieuwtje, een noviteit bijna. Ik denk dat ik er een soort van bestaansrecht aan ontleende… Die sigaret werd voor mij meer en meer een compagnon, een maatje, een tijdverdrijf, een steun in barre tijden.
Van die eerste kwam een tweede en een derde… een hele stoet, een hele troost. Het is lastig uit te leggen denk ik… Maar je kunt het vergelijken met een vlucht, een vastklampen aan iets tegen beter weten in… Je eindelijk een houding kunnen en durven geven in gezelschap… Erg, dat je dat verwacht van een stukje papier met daartussen droge stukken plant dat, wanneer je het aansteekt, stinkt en je van binnenuit meer schade berokkent dan dat het je goed doet.
Achteraf is de verslaving heel geleidelijk aan ontstaan… een nieuwtje, probeerseltje gaat vlekkeloos over in een routine: je koop nog een pakje en nog een pakje. Je rookt eerst 3 sigaretten op een dag, dat worden er 5, 10… En met en met grijp je haast zonder dat je het beseft naar een sigaret…
Het is niet bij een enkele keer gebleven dat ik me pas halverwege de sigaret realiseerde dat ik aan het roken was!!!
In deze post probeer ik dan ook een verklaring te vinden voor het vage proces van wat we verslaving noemen… Verslaafden worden niet geboren, verslaafden worden gemaakt, ontstaan… En het grootste en sterkste wapen van verslaving is de geniepigheid, het vanzelfsprekende… het hersenspoelende.
Heb ik ooit gedacht dat ik verslaafd was? Het antwoord is nee, tuurlijk niet… Ik had altijd de illusie dat ik de baas was over de sigaret. Daarom waren die momenten waarop ik pas halverwege de peuk besefte dat ik aan het roken was ook zo ontnuchterend. Heb ik ervoor gekozen om verslaafd te raken? Nee, tenminste niet direct…
Ik kocht dat ene pakje, ik rookte het op, ik kocht een nieuw pakje… roken is toch sociaal geaccepteerd? Mijn hele familie doet het toch? Kijk, drugs daarbij heeft de gemiddelde Nederlander nog wel een gewetensrem, zoiets van dat doe je niet… Maar één van de veroorzakers van doodsoorzaak nummer 1 in de Westerse wereld is op elke hoek te koop en sociaal geaccepteerd.
En zolang het woord verslaving in de perceptie van de samenleving alleen geassocieerd wordt met medicijnen, alcohol en drugs… is de beginnende roker zich niet bewust van het feit dat hij verslaafd aan het raken is. En zo was dat ook bij mij.
Allen Carr wijst erop dat rokers denken te weten dat roken schadelijk is. Ze “weten” het, maar het wordt door de gewoonte als het ware verduisterd. En daardoor dringt de volledige diepte van wat roken eigenlijk is niet tot de roker door.
Er nog eentje opsteken terwijl al twee familieleden aan longkanker zijn overleden, er eentje opsteken terwijl er een dametje aan de overkant loopt met een zuurstoftank bij zich… het zijn tekenen van de overpowering influence van de verslaving die we roken noemen.
Nu begin ik dit soort zaken te begrijpen en in te zien… Omdat ik me steeds meer afvraag… waarom rookte je eigenlijk?
En ik denk dat daarbij ook nog eens de hele sociale kant van het roken gigantisch meespeelt… Je kent het wel, je bent op een feestje (toch gezellig zo’n sigaret), je staat op het perron te wachten (hé effe lekker een sigaretje bij de rookzuil en een praatje maken)… Op den duur gaat het zelfs zo ver dat het niet meer gezellig kan zijn TENZIJ er een sigaretje bij kan.
De kritiek op het rookverbod in de horeca was niet van de lucht. Ik was één van de hardste schreeuwers: “Als ik niet meer mag roken in een café dan is de lol eraf”… Maar… Waarom is die peuk nodig om het gezellig te hebben? Wat gebeurt er objectief gezien tijdens een gezellig moment als er GEEN sigaret bijkomt?
Dit soort zaken inzien is een onderdeel of misschien zelfs het resultaat van bewustwording. Maar dan wel bewustwording pur sang, zonder de benevelende deken van de verslaving.
Moet nu iedereen stoppen met roken? Ben ik fel anti? Nee, helemaal niet… maar ik word wel steeds bewuster van wat roken met je doet, wat het ten diepste is en waarom ik het voor mezelf niet meer wil.
En de tol van al die jaren roken? In de volgende post meer…